Puur en uitdagend

Eind mei 2026 liepen wij de Balkan Trail. Deze trail is gebaseerd op de beroemde Peaks of the Balkans‑route: een 192 kilometer lange tocht door de ongerepte berggebieden van de Westelijke Balkan. De route voert door Montenegro, Albanië en Kosovo, een ruig, puur en weinig ontwikkeld gebied met veel minder infrastructuur, hutten en markeringen dan je in de Oostenrijkse of Zwitserse Alpen gewend bent. De bergen zijn lager, maar door de steile hellingen en het rotsachtige terrein minstens zo uitdagend.
Het toerisme staat hier nog in de kinderschoenen. Je overnacht in authentieke bergdorpjes bij guesthouses die door families worden gerund. Overal werden we hartelijk ontvangen en aten we mee met wat de pot schaft (met als enige keuze: vegetarisch of niet). De maaltijden zijn uitgebreid, huisgemaakt en lokaal: versgebakken brood, seizoensgroenten, eieren, lokale kazen en yoghurt, vleesgerechten, börek (hartige taart), aardappelen, rijst en fruit. Toch kun je, als je dat wilt, bijna overal in een eigen kamer met privébadkamer slapen.
De Balkan Trail kiest bewust de mooiste delen van de Peaks of the Balkans. Veel dorps‑tot‑dorpsetappes zijn namelijk erg lang, met veel hoogtemeters, en beginnen of eindigen soms met een minder interessant stuk, bijvoorbeeld kilometers door een droge rivierbedding vol grijze stenen. Daarom kun je ervoor kiezen om het eerste en/of laatste deel per 4WD te doen. Zo houd je de mooiste stukken over: herderspaadjes, bergpaden en uitzichten die variëren van groene valleien en bloemrijke plateaus tot kristalheldere meren, watervallen en afgelegen bergdorpjes waar de tijd lijkt stil te staan.
Hoewel de route gemarkeerd is, is offline navigatie op je telefoon erg prettig. Je kunt ook met een gids lopen. Bagage kan per auto worden vervoerd of, waar geen auto kan komen, per paard of muilezel. Zelf dragen kan natuurlijk ook, zeker als je licht inpakt. Kom je via Podgorica aan, dan ligt starten in Plav het meest voor de hand. Reis je via Albanië, dan begin je meestal in Theth. Beide zijn relatief grotere plaatsen. De etappes die ik hieronder beschrijf, kun je combineren tot een tocht van drie, vier of vijf dagen. Het is natuurlijk ook mogelijk om nog meer dagen te lopen.
Wij liepen de route in de laatste week van mei 2026 en toen lag er nog uitzonderlijk veel sneeuw op grote delen van deze trail. Prachtig om te zien, maar zwaar om doorheen te lopen en soms opletten geblazen. Omdat veiligheid altijd voorop staat, hebben we onze route uiteindelijk iets aangepast. Wil je dit voorkomen, dan raad ik aan om tussen half juni en half september te gaan.
Etappes
Afstand ca 15 km. Hoogste punt 2080 m.
Na een korte transfer vanuit Plav begonnen we meteen aan een prachtige klim. Eerst slinger je nog een tijd door het bos, maar zodra je daarboven uitkomt, kom je op een schitterend plateau vol bloemen.
Vanaf het plateau werd het snel duidelijk dat we vroeg in het seizoen waren: op veel plekken lag nog sneeuw. Gelukkig konden we er meestal omheen, maar de route op de telefoon was onmisbaar, want de markeringen verdwenen regelmatig onder het wit.
Halverwege kregen we een fantastisch uitzicht op het meer van Plav, zo’n panorama waar je spontaan even stil van wordt. Daarna volgde het steile stuk naar de kam. Boven was het uitzicht ronduit geweldig, maar hier konden we niet meer om de sneeuw heen. Niet gevaarlijk, wel slopend; vaak zakte je nét te ver weg.
De afdaling was één groot smeltwaterfestijn. Overal stroompjes, vaak precies over het pad. We waren vrijwel niemand tegen gekomen, maar ineens liep er een hond met ons mee. Die laten zich zelf hier uit.
Het laatste stuk kun je weer een transfer naar Vusanje nemen. En als je daar bent: stop echt even bij de Grla‑waterval. Door al dat smeltwater was hij bij ons ontzettend spectaculair.
Afstand ca 16,5 km. Hoogste punt 1730 m.
Vanaf Vusanje loop je eerst door brede, groene weilanden en werden we achtervolgd door een herder met een kudde koeien. Het voelt meteen alsof je in een ansichtkaart bent beland. Even later sta je bij een drooggevallen meer met een grenspaal: we zijn in Albanië!
Na een korte klim opent het landschap zich opnieuw. Een plateau vol bloemen, een vervallen herdershut en absolute stilte, alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Daarna wordt het terrein rotsachtiger en duikt er weer sneeuw op, samen met een paar oude bunkers die herinneren aan de tijd dat dit de communistische “verboden zone” was.
We passeren een paar schitterende bergmeertjes en komen zowaar andere wandelaars tegen. En dan, na de prachtige Peja‑pas, ontvouwt zich een fenomenaal uitzicht over Theth en de steile rotswanden eromheen. De afdaling is echter meedogenloos steil en een flinke aanslag op je knieën.
Gelukkig verschijnt er na een tijd een klein café langs het pad. Vanaf daar kun je een transfer naar Theth krijgen. Wij werden door de café‑eigenaar zelf naar het dorp gebracht, terwijl het café even tijdelijk gesloten werd; op drukkere dagen zal dat vast anders gaan.
Theth voelt ineens toeristisch vergeleken met de stille dorpen eerder op de route, al zijn de wegen nog steeds onverhard. We sloten de dag af met een heerlijke maaltijd en een prachtige zonsondergang vanaf het terras. Een perfecte afsluiting van een indrukwekkende etappe.
Afstand ca 12 km. Hoogste punt 1790 m.
De route van Theth naar Valbona is zonder twijfel de populairste hike van de regio. Niet alleen omdat hij prachtig is, maar ook omdat Theth inmiddels een geliefde uitvalsbasis voor wandelaars is. Het pad omhoog is heerlijk afwisselend: bossen, open stukken, ruige toppen en brede panorama’s die zich steeds verder openen naarmate je stijgt. Onderweg kom je verrassend veel plekken tegen waar je iets kunt drinken, wat deze etappe een bijna ontspannen sfeer geeft.
De klim naar de Valbonapas is werkelijk schitterend. Vanaf het hoogste punt op de pas kijk je aan de ene kant diep de Valbona‑vallei in, terwijl je aan de andere kant het uitzicht hebt op Theth. Op de weg omhoog kwamen we geen sneeuw meer tegen, maar aan de Valbona‑kant lagen nog een paar sneeuwveldjes. Omdat hier veel meer mensen lopen dan op de andere routes, was er al een duidelijk spoor door de sneeuw gebaand: gewoon rustig de voetstappen volgen dus.
In het laatste deel van de route wandel je langs pittoreske boerderijtjes, houten hekjes en kleine beekjes die door de weides slingeren. Uiteindelijk bereik je een brede, droge rivierbedding vol grijze rotsblokken. Daar word je opgepikt door een 4WD die je naar je accommodatie in Valbona brengt.
Afstand ca 16,5 km. Hoogste punt 1900 m.
Vanuit Valbona word je met een 4WD naar het gehuchtje Çerem gebracht, waar je de route naar Dobërdol start. Deze route voelt alsof je een stap terug in de tijd zet. Beide gehuchten zijn echte herdersdorpen, alleen in de zomer bewoond. In de winter kan hier tot wel vier meter sneeuw liggen, waardoor het hele gebied maandenlang volledig afgesloten is van de buitenwereld. Juist daardoor heeft het zijn pure, traditionele karakter behouden.
Vanaf Çerem klim je langzaam het hooggebergte in, langs hellingen waar herders hun dieren laten grazen en waar het landschap steeds opener wordt. Onderweg passeer je verschillende waterbronnen die op de UNESCO‑werelderfgoedlijst staan vanwege hun uitzonderlijke zuiverheid en natuurlijke waarde.
De route slingert verder omhoog richting de indrukwekkende Maja Kolata, met 2.534 meter een van de hoogste toppen van de Albanese Alpen. Je loopt er niet overheen, maar je ziet hem regelmatig imposant boven het landschap uitsteken. Daarnaast kom je langs brede bergweides, steile paadjes, rotsige passages en uitzichten die steeds wilder worden naarmate je dichter bij Dobërdol komt.
Dobërdol zelf is een verhaal op zich. Het ligt op een hooggelegen plateau en is alleen bereikbaar via smalle, steile paden: Geen wegen, geen auto’s, alleen paarden, muilezels en wandelaars. In de zomer staat het bij de berghutten vol met tenten. Dit is de enige plaats in de etappes die ik beschrijf, waar wel een beperkt aantal privé kamers te vinden zijn, maar deze hebben geen eigen badkamer. De sfeer is er wel uniek: primitief, maar warm en gastvrij, met een gevoel van afgelegenheid dat je bijna nergens anders meer vindt.
Afstand 14,5 km. Hoogste punt 2320 m.
Vanuit het hooggelegen plateau van Dobërdol klim je langzaam omhoog richting het drielandenpunt van Albanië, Kosovo en Montenegro. Het is een bijzondere plek: geen markante grenspaal of monument, maar een open, winderige bergkam waar je letterlijk tussen drie landen staat, omringd door een zee van toppen.
Vanaf hier volg je een schitterende bergkam, één van de mooiste stukken van de hele Balkantrail. Het pad slingert over brede, groene ruggen met aan weerszijden diepe dalen en ruige pieken. Je kijkt uit op de Bogićevica‑keten, op de hoge toppen van Kosovo en op de grillige bergen van Noord‑Albanië. Het is zo’n stuk waar je steeds blijft omkijken, omdat het uitzicht achter je net zo indrukwekkend is als wat er voor je ligt.
Na de open bergkam begint de lange afdaling richting Montenegro. Het landschap verandert langzaam: eerst nog open grashellingen, daarna steeds meer struiken en uiteindelijk duik je het bos in. Halverwege kom je bij een prachtig bergmeer, stil en spiegelglad, verscholen tussen de bomen.
De route vervolgt zich door het bos, soms steil, soms vriendelijk glooiend, tot je uiteindelijk de vallei van Babino Polje bereikt. Hier opent het landschap zich weer en zie je de eerste herdershutten en weides verschijnen. Het pad eindigt bij een brede, stenige rivierbedding, het punt waar een 4WD je komt ophalen om je naar Plav te brengen.
Afstand 11 km. Hoogste punt 1850 m.
Omdat we de routes van en naar Dobërdol helaas niet konden lopen, eind mei lag er nog veel te veel sneeuw, zijn we vanuit Valbona met een 4WD naar Çerem gebracht. Een piepklein herdersgehucht dat alleen in de zomer tot leven komt. Vanaf hier begonnen we aan de route naar Vusanje, en wat bleek: ook deze etappe is werkelijk prachtig.
Het pad stijgt geleidelijk door een stil, schaduwrijk bos waar overal water naar beneden kabbelt van de smeltende sneeuw hogerop. Tussen de bomen door hoor je steeds beekjes en kleine watervalletjes. Af en toe opent het landschap zich en loop je langs herdershutjes en bloemenweides die in deze tijd van het jaar vol kleur staan. Het voelt alsof je door een levend ansichtkaartje wandelt.
Hoe hoger je komt, hoe ruiger het landschap wordt. Net voordat je de Qafë Vranicë‑pas oversteekt, bereik je opnieuw de grens, compleet met een eenzame grenspaal die midden in het landschap staat. Achter je Albanië, voor je Montenegro, en om je heen alleen bergen.
Ondanks al het smeltwater hoefden we op deze route nauwelijks door de sneeuw. Het pad ligt grotendeels op de zuidhelling, waardoor het al vroeg in het seizoen sneeuwvrij is. Dat maakte de klim en de oversteek van de pas niet alleen makkelijker, maar ook extra mooi: overal stroompjes, overal groen, en steeds bredere uitzichten richting de Ropojana‑vallei.De afdaling naar Vusanje is rustig en afwisselend, met open stukken, bosranden en uitzicht op de hoge pieken die het dal omringen.











